Bureautoestel
Elk toestel dat SIP spreekt werkt met TalkIP, zoals een bureautelefoon van Yealink, Snom of Grandstream, een DECT-basisstation of een softphone als Zoiper of Linphone. Je maakt het toestel aan in het dashboard en vult de gegevens in op het toestel.
Het toestel aanmaken
- Ga in het dashboard naar Toestellen en klik op Softphone toevoegen. Dat geldt ook voor een bureautelefoon.
- Geef het een Naam, zoals
Bureau Sanne, en kies Van wie het is. Kies Niemand, een gedeeld toestel voor bijvoorbeeld de receptie of een vergaderruimte. - Klik op Inloggegevens aanmaken. Kopieer de gegevens meteen, want het wachtwoord zie je maar één keer.

De gegevens op het toestel
Open de instellingen van het toestel, meestal via de webpagina op het IP-adres van de telefoon, en vul bij een vrij SIP-account in:
- Server, registrar of domein
- Het adres onder Server / domein. Het staat ook bovenaan de pagina Toestellen.
- Gebruikersnaam en authenticatienaam
- Allebei de Gebruikersnaam uit het dashboard.
- Wachtwoord
- Het Wachtwoord uit het dashboard.
- Transport en poort
- UDP op poort
5060. TCP op dezelfde poort kan ook. TLS voor toestellen ondersteunt TalkIP nog niet. - Codecs
- G.722, G.711 A-law (PCMA), G.711 µ-law (PCMU) of Opus. Andere codecs, zoals G.729, gebruikt TalkIP niet.
- Toetsen (DTMF)
- RFC 2833, ook wel RFC 4733 of "telephone-event" genoemd. SIP INFO werkt ook.
- Outbound proxy
- Leeg laten.
Sla de instellingen op. Binnen een minuut staat het toestel onder Toestellen op Verbonden. Daaronder zie je het type toestel, het transport en het IP-adres waar het vandaan komt.
Als het niet verbindt
- Controleer de gebruikersnaam en het wachtwoord. Twijfel je, kies dan Nieuw wachtwoord in het menu van het toestel.
- Staat het toestel op Uitgeschakeld, schakel het dan in via het menu van het toestel.
- Laat je firewall uitgaand verkeer toe naar poort
5060, en voor geluid naar de UDP-poorten10000t/m20000. - Hoor je de ander wel maar de ander jou niet, of andersom? Zet dan SIP ALG uit op je router. Die verandert de gesprekken onderweg en breekt vaak het geluid.
Bellen met het toestel
Je belt zoals je gewend bent, naar het toestelnummer van een collega of naar een telefoonnummer. Naar buiten bel je met het uitgaande nummer dat je bij het toestel hebt ingevuld. Heb je dat niet gedaan, dan met het nummer van het toestel, anders met een nummer van de eigenaar en anders met het eerste nummer van de organisatie. Meer hierover staat bij Uitgaand nummer. Tijdens een gesprek gebruik je de toetsen voor gespreksacties, zoals doorverbinden.
